In
de optiek van
Dirk
van Meurs
Voorbarige
conclusies?
Net
als vele collega's in de optiek heb ik afgelopen maart kennis
genomen van het voornemen van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap
een calamiteitenmeldpunt voor schade door contactlenzen te openen.
Uiteraard kan ik als optometrist elk initiatief dat tot doel
heeft de kwaliteit van de oogzorg te verbeteren, alleen maar
toejuichen.
Met
veel aandacht heb ik artikelen in kranten en op consumentenwebsites
gelezen, waarin verscheidene bij het NOG aangesloten oogartsen
hun zorg uitspreken over het groeiend aantal mensen dat bij
hen komt met ernstige problemen aan hun ogen. Ook ik krijg in
mijn optometristenpraktijk steeds meer hoornvliesontstekingen
te zien, naast vele cliënten die zodanig last hebben van
droge en rode ogen dat het voor hen vaak onmogelijk is nog langer
lenzen te dragen.
Uit
dezelfde artikelen moet ik echter ook concluderen dat nog voordat
het meldpunt is geopend er door het NOG blijkbaar vanuit wordt
uitgegaan dat de meeste van de problemen worden veroorzaakt
omdat mensen hun zachte (maand)lenzen niet bij de erkende contactlensspecialist
kopen en omdat ze de lenzen niet voldoende schoonmaken.
De
eerste vraag die bij lezing van deze artikelen bij mij opkwam
was hoe men tot deze conclusies is gekomen. Zijn ze gebaseerd
op vermoedens of feiten? In het eerste geval had men naar mijn
mening beter met het naar buiten brengen ervan kunnen wachten.
In ieder geval totdat het meldpunt voldoende gegevens heeft
verzameld om deze vermoedens te kunnen bevestigen. In het tweede
geval zou ik het NOG dringend willen verzoeken de feiten te
publiceren. Daarmee kunnen immers zowel de lensdragers als de
contactlensspecialisten hun voordeel doen. Zullen de eersten
niet eerder bereid zijn naar de vaklieden te luisteren als deze
hun waarschuwingen en adviezen kunnen staven met concrete cijfers?
Collega's
en ik zijn in onze praktijken de laatste weken geconfronteerd
met mensen die geschokt hebben gereageerd omdat hun ooghygiënische
handelingen in twijfel werden getrokken, vooral omdat juist
zij meer dan gedisciplineerd met hun ogen bezig zijn en er ondanks
dat geleidelijk maar zeker complicaties zijn ontstaan. Ik en
een aantal van mijn collega's hebben al enige tijd de indruk
dat er grote groepen mensen zijn die na jaren probleemloos zachte
lenzen te hebben gedragen geleidelijk maar soms ook binnen enkele
maanden een intolerantie hebben opgebouwd. Deze mensen kunen
ongeacht het systeem geen enkele zachte lens meer verdragen,
maar zijn na heraanpassing met vormstabiele lenstypen weer probleemloze
lensdragers geworden.
Het
lijkt dat een verbeterde traancirculatie achter de lens als
oplossing voor de problemen moet worden gezien, en het is juist
die traancirulatie die ten gevolge van de altijd aanwezige dehydratie-druk
van zachte lenzen stagneert. Ook is de altijd genoemde zuurstofdoorlaatbaarheid
van een zachte lens, die 10 tot 20% dehydreert op het oog tijdens
het dragen, volledig onvoldoende om aan de noodzakelijke behoefte
van het hoornvlies te voldoen. Het meest opvallende kenmerk
is dat dit bij de een leidt tot een reactie op korte termijn
(binnen enkele jaren) en bij de ander op lange termijn (na 10
jaar).
Samen
met enkele andere optometristen binnen de Verenigde Onafhankelijke
Contactlens Specialisten (VOCS)
ben ik begonnen de dossiers te bestuderen van cliënten
die zonder duidelijke redenen niet langer hun lenzen bij ons
kopen, en ook geen bril. Een gegeven waar elke optiekzaak mee
te maken krijgt, ook al is men zich daarvan niet altijd bewust.
We hebben hiertoe besloten naar aanleiding van de resultaten
van een kleinschalig, maar indicatief onderzoek
dat in 2005 in opdracht van de VOCS is uitgevoerd. Deze
resultaten tonen aan dat veel mensen problemen krijgen na het
langdurig dragen van zachte lenzen, ongeacht waar ze deze hebben
gekocht.
De
VOCS is een voorstander van onafhankelijke onderzoeken, die
uiteindelijk kunnen bijdragen aan een brede discussie over de
toekomst van de contactlens, met name de zachte lens. Een discussie
die in onze optiek noodzakelijk en onvermijdelijk is.