|
Anatomie
van het oog: zie Oog, anatomie van
Bifocaal:
(samenstelling van bi + focus); letterlijk: twee brandpunten;
in het geval van lenzen en brillenglazen: twee delen van
verschillende sterkte: een voor verziend en een voor bijziend.
Bijziend:
betekent dat een persoon voorwerpen van dichtbij scherp
kan zien en van veraf niet, hoe vreemd dit ook mag klinken.
Contactlens:
lens die direct op de oogbol kan worden geplaatst - vandaar
het woord contact - ter vervanging van een bril(lenglas).
Desinfecterend:
met een ontsmettende werking, bijvoorbeeld zeep.
Draagschema:
een term die door optometristen en opticiens wordt gebruikt,
vooral in verband met harde lenzen. Dit type lenzen kent
een lange gewenningsperiode, soms wel een aantal weken,
waarin de lenzen iedere dag iets langer kunnen worden
ingehouden. De optometrist/opticien spreekt met de klant
daarvoor een schema af.
Gasdoorlatend:
eigenschap van het materiaal waarvan harde lenzen en de
Xtralens worden gemaakt; bij dit type lens blijft er ruimte
tussen de binnenkant van de lens en het hoornvlies en
zullen stofwisselingsgassen ongehinderd kunnen worden
afgevoerd en zuurstof aangevoerd, vandaar dat ook wel
de term zuurstofdoorlatend wordt gebruikt.
Harde
lens: contactlens die wordt gemaakt van een harde
kunstof, die niet kan indrogen of krom kan trekken; men
spreekt dan ook wel van een vormstabiele lens. De Xtralens
is eveneens een vormstabiele lens.
Hoornvlies:
(Latijn: cornea) bevindt zich aan de voorzijde van het
oog en is het doorzichtige gedeelte van de sclera (oogrok).
Zowel het hoornvlies als de ooglens spelen een belangrijke
rol bij het "scherp" zien van het oog; beide
breken ze invallende lichtstralen, die daardoor op het
netvlies vallen. Zie ook de schematische tekening bij
Oog, de anatomie van.
Hypoallergenisch:
de eigenschap(pen) hebbend het risico van allergische
reacties zo klein mogelijk te maken; er zijn bijvoorbeeld
oogmake-upproducten die deze eigenschappen hebben. Lensdragers
die hun ogen willen opmaken, moeten alleen dergelijke
producten gebruiken.
Indrogen:
een term die van toepassing is bij zachte lenzen,
die als ze langdurig aan de lucht bloot worden gesteld
of als er niet genoeg circulatie van het traanvocht in
het oog bestaat, zullen indrogen en daardoor kleiner van
omvang worden en kromtrekken, met als gevolg dat men er
minder scherp mee zal zien.
Iris:
(ook regenboogvlies genaamd). Dit is het deel van het
oog dat bepaalt welke kleur ogen mensen hebben; bevat
de iris weinig pigment dan heeft men blauwe ogen; bij
veel pigment heeft men bruine ogen. Het zwarte deel is
de iris, een opening in het vlies.
Knipperen:
de meestal onwillekeurige bewegingen van beide
oogleden, die ervoor zorgen dat het traanvocht goed over
de buitenkant van de oogbol (het hoornvlies) wordt verspreid.
De oogleden zullen heftig reageren als er een vreemd voorwerp
in het oog komt, bijvoorbeeld een vuiltje. Zie ook bij
Ooglid.
Lensvloeistof:
een speciale vloeistof met reinigende en ontsmettende
werking. Voor de Xtralens is een speciale Xtralensvloeistof
ontwikkeld.
Oog,
anatomie van het:

Oogbol:
het bolvormig lichaam van het gezichtsorgaan; ook wel
oogbal genaamd.
Ooglid:
(Latijn: palpebra) /huidplooien aan zowel onder-
als bovenkant van het oog, De onwillekeurige bewegingen
van de oogleden zijn zeer belangrijk voor het verspreiden
van het traanvocht over de oogbol, waardoor het hoornvlies
niet kan uitdrogen. Ook wordt zo het "oude"
traanvocht afgevoerd (zie ook bij Traanvocht). De oogleden
beschermen de ogen tegen "gevaar" van buitenaf
door zich in een reflex te sluiten.
Oogvocht:
zie Traanvocht.
Opticien:
in de oude Franse betekenis: brillenmaker /tegenwoordig:
maker van optische instrumenten en hulpmiddelen.
Optometrist:
een paramedisch opgeleide specialist die meestal nauw
samenwerkt met een oogarts en diagnoses - als afwijkingen
van het gezichtsvermogen - kan stellen en behandelingen
kan aanbevelen/uitvoeren, zoals het verrichten van oogdrukmetingen
en het aanpassen van contactlenzen.
Pupil:
de opening in het regenboogvlies (iris); de pupil kan
zich vergroten of verkleinen en bepaalt zo hoeveel licht
het oog binnenkomt. In het donker wordt de pupil groter
om meer licht binnen te laten; in fel zonlicht zal de
pupil kleiner worden om licht buiten te houden.
Traanvocht:
(ook oogvocht genaamd) /wordt afgescheiden door een traanklier
in de buitenste ooghoek en bestaat voor het grootste deel
uit water en zouten (zie ook bij Ooglid). Het traanvocht
loopt weer weg uit het oog door de traanbuis bij de binnenste
ooghoek die in verbinding staat met de neusholte.
Uitdroging:
van het hoornvlies wordt voorkomen door traanvocht. Daarom
is het bij het dragen van lenzen ook zo belangrijk dat
de circulatie van het traanvocht onder de lenzen voldoende
is. Dit is een van de factoren die de Xtralens veilig
en comfortabel maken.
Verziend:
is een persoon die in de verte voorwerpen scherp ziet
en van dichtbij vaag (zie ook bij Bijziend).
Vormstabiel:
zie bij Harde lens en Gasdoorlatend.
Zachte
lens: dit type lenzen wordt zo genoemd omdat ze
van een materiaal zijn gemaakt dat zich naar het oog plooit,
waardoor ze bijzonder comfortabel aanvoelen. Ze zijn ook
groter dan de klassieke harde lens, waardoor men geen
last heeft van het schuren van de randjes langs de oogleden.
Zuurstofdoorlatend:
zie bij Gasdoorlatend.
|